uit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: uit (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /œʏ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /œːt/
Woordafbreking
- uit
| vnw. bijw. | |
|---|---|
| voorzetselbijwoord | uit |
| neutraal | eruit |
| nabij | hieruit |
| veraf | daaruit |
| vragend | waaruit |
Voorzetsel
uit
- geeft aan van welke plaats iets komt.
- Dit komt uit de pot.
Vertalingen
1.
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Bijwoord
- niet aan, stand van een apparaat.
- het koffiezetapparaat staat uit
- balsport term voor als de bal buiten de lijnen van het speelveld is geraakt.
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- Uitmaken: ik maak het nu uit.