uitwendig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·wen·dig
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | uitwendig |
| verbogen | uitwendige |
Bijvoeglijk naamwoord
uitwendig
- zich aan de buitenkant bevindend
- Zij leed aan een uitwendige infectie.