uitzoeken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitzoeken |
zocht uit |
uitgezocht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
uitzoeken
- (overgankelijk) een selectie maken uit een grotere verzameling
- We hebben de rijpe vruchten uitgezocht.
- (overgankelijk) een probleem onderzoeken tot er duidelijkheid komt
- Dat moet nog eens goed uitgezocht worden.