uitvoeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitvoeren |
voerde uit |
uitgevoerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitvoeren
- exporteren: (consumptie)goederen uitvoeren
- afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen: een vonnis uitvoeren, een gerechtelijk bevel uitvoeren
- (software) runnen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| uitvaren |
uitvoeren
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van uitvaren
- ...dat wij uitvoeren.
- ...dat jullie uitvoeren.
- ...dat zij uitvoeren.
- ...dat wij uitvoeren.