uitvoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitvoeren
voerde uit
uitgevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitvoeren

  1. exporteren: (consumptie)goederen uitvoeren
  2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen: een vonnis uitvoeren, een gerechtelijk bevel uitvoeren
  3. (software) runnen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitvaren

uitvoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van uitvaren
    ...dat wij uitvoeren.
    ...dat jullie uitvoeren.
    ...dat zij uitvoeren.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen