uiteinde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ein·de
enkelvoud meervoud
naamwoord uiteinde uiteinden, uiteindes
verkleinwoord uiteindje uiteindjes

Zelfstandig naamwoord

uiteinde o

  1. het uiterste punt van iets
    Het uiteinde van de draad steek je door het oog van de naald.
  2. een benaming voor oudejaar
    Waar vier jij dit jaar het uiteinde?

Meer informatie