uitscheiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: uitscheiden (hulp, bestand)
Woordafbreking
- uit·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitscheiden |
scheed uit scheidde uit |
uitgescheden uitgescheiden |
| klasse 7
gemengd |
volledig | |
Werkwoord
uitscheiden
- (ergatief) ~ met ergens mee ophouden
- Gelukkig scheed hij uit met die herrie.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitscheiden |
scheidde uit |
uitgescheiden |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
uitscheiden
- (overgankelijk) een stof het lichaam laten verlaten
- Was wordt door bijen uitgescheiden.