uitzien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zien
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzien
/'œy̆t.sin/
zag uit
/zɑχ 'œy̆t/
uitgezien
/'œy̆t.χə.ˌzin/
klasse 5 volledig

Werkwoord

uitzien

  1. een zekere aanblik hebben
    Jij ziet er prachtig uit.
  2. een verlangen koesteren
    Daar zie ik echt naar uit.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen