uittocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·tocht
enkelvoud meervoud
naamwoord uittocht uittochten
verkleinwoord uittochtje uittochtjes

Zelfstandig naamwoord

uittocht m

  1. het massaal verlaten van een bepaalde locatie of organisatie
    De ontkerkelijking leidde vanaf de jaren zestig tot een ware uittocht uit de kerken van Europa.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen