uitbannen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·ban·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitbannen |
bande uit |
uitgebannen |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
uitbannen
- (overgankelijk) iets uitdrijven of wegjagen
- Wij hebben de duivel hier volledig uitgebannen.