uitleveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitleveren
leverde uit
uitgeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitleveren

  1. (ditransitief) een gevangene in handen van een andere autoriteit overdragen
    De moordenaar werd niet aan de Verenigde Staten uitgeleverd omdat dit land de doodstraf kent.
Afgeleide begrippen
Vertalingen