uitleveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·le·ve·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitleveren |
leverde uit |
uitgeleverd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitleveren
- (ditransitief) een gevangene in handen van een andere autoriteit overdragen
- De moordenaar werd niet aan de Verenigde Staten uitgeleverd omdat dit land de doodstraf kent.