uitlaat

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·laat
enkelvoud meervoud
naamwoord uitlaat uitlaten
verkleinwoord uitlaatje uitlaatjes

Zelfstandig naamwoord

uitlaat m

  1. een opening waardoor iets als afvalproducten naar buiten kan treden.
    De uitlaat zat verstopt.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitlaten

uitlaat

  1. (bijzin) enkelvoud tegenwoordige tijd van uitlaten
Persoonlijke instellingen
Andere talen