uitglijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·glij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitglijden
gleed uit
uitgegleden
klasse 1 volledig

Werkwoord

uitglijden

  1. (ergatief) door glijden ten val komen
    Het pad was met ijzel bedekt waardoor hij uitgleed.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen