uitglijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·glij·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitglijden |
gleed uit |
uitgegleden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
uitglijden
- (ergatief) door glijden ten val komen
- Het pad was met ijzel bedekt waardoor hij uitgleed.