achteruit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ach·ter·uit
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | achteruit | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
achteruit m
- (techniek) een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen
- Als je hem in z'n achteruit wilt zetten moet je de pook naar beneden drukken.
Bijwoord
achteruit
- naar achteren gericht, in achterwaartse richting
- in ongunstige richting.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. in achterwaartse richting