uitgang
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /'œʏtχɑŋ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /'œːtɣaŋ/
Woordafbreking
- uit·gang
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitgang | uitgangen |
| verkleinwoord | uitgangetje | uitgangetjes |
Zelfstandig naamwoord
uitgang m
- een weg waarlangs men een ruimte verlaten kan
- De uitgang werd bewaakt door een bewaker.
- (taalkunde) aantal letters achter de stam van een woord als vervoegings- of verbuigingselement
- (techniek) aansluiting van elektrisch apparaat waar een signaal naar buiten wordt geleid