uitgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgang uitgangen
verkleinwoord uitgangetje uitgangetjes

Zelfstandig naamwoord

uitgang m

  1. een weg waarlangs men een ruimte verlaten kan
    De uitgang werd bewaakt door een bewaker.
  2. (taalkunde) aantal letters achter de stam van een woord als vervoegings- of verbuigingselement
  3. (techniek) aansluiting van elektrisch apparaat waar een signaal naar buiten wordt geleid
Antoniemen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen