de
Uit WikiWoordenboek
Inhoud
|
Nederlands
| Naar frequentie | 4 |
|---|
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
|
|
Lidwoord
de
- een bepaald lidwoord dat wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke bepaalde zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
Verwante begrippen
Citaten
De man; de vrouw; de boeken
Vertalingen
1. (de) wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
Catalaans
Uitspraak
- IPA: /də/
Voorzetsel
de
Frans
Uitspraak
- IPA: /də/
Voorzetsel
de
Iers
| vorm van de |
Nadrukkelijke vorm van de |
|
|---|---|---|
| van mij | díom | díomsa |
| van jou | díot | díotsa |
| van hem, er van haar, er |
de di |
desean dise |
| van ons | dínn | dínne |
| van jullie | díbh | díbhse |
| van hen, er | díobh | díobhsan |
Voorzetsel
de + lenitie
Latijn
Voorzetsel
dē + ablatief
- (van plaats)
- van...af
- (van tijd)
- onmiddellijk na.
- nog in de loop van, nog tijdens.
- (afstamming)
- (delen van een geheel aanduidend)
- (een zaak aanduiden waaruit iets anders is ontstaan)
- (een geldbron aanduidend)
- «de publico»
- uit de staatskas
- «de publico»
- (causaal)
- overeenkomstig, naar.
- betreffende
- «de ceteris»
- betreffende het overige
- «de ceteris»
Voorvoegsel
de
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /ðɐ/ (Etsbergs), /də/ (Maastrichts)
Woordherkomst en -opbouw
- Verzwakte vorm van d'r
Lidwoord
de
- de, het.
Verbuiging
- [1] Deze vormen zijn buiten gebruik geraakt.
Persoonlijk voornaamwoord
de
- onbeklemtoonde accusatief van doe.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| bepaald | geheel | de | der |
| gemut. | te | ter | |
| onbepaald | geheel | de | de |
| gemut. | te | te | |
Voorzetsel
de (+datief)
- Per.
- «Det kömp drèè de daag.»
- Dat kost drie euro per dag.
- «Det kömp drèè de daag.»
Synoniemen
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- de
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse voornaamwoord þeir
| Naar frequentie | 23 |
|---|
Aanwijzend voornaamwoord
de
Synoniemen
Onbepaald voornaamwoord
de
Persoonlijk voornaamwoord
de
- (3e persoon meervoud) zij
Schrijfwijzen
- De (beleefdheidsvorm)
Synoniemen
- deres (genitiefvorm)
- dem (accusatiefvorm, vorwerpsvorm)
- Dem (accusatiefvorm, vorwerpsvorm van de beleefdheidsvorm)
De Noorse persoonlijke voornaamwoorden (in het bokmål)
| hoeveelheid / speciale geval | persoon | woordgeslacht en delgroepen | onderwerp (nominatief) | voorwerp (accusatief) | Nederlands (nominatief) |
|---|---|---|---|---|---|
| enkelvoud | 1. |
|
|
|
|
| 2. |
|
|
|
||
| 3. | mannelijk : personen dingen |
|
|||
| vrouwelijk : personen dingen |
|
||||
| onzijdig |
|
|
|
||
| meervoud | 1. |
|
|
|
|
| 2. |
|
|
|
||
| 3. |
|
|
|
||
| beleefdheidsvorm | 2. |
|
|
|
Voorzetsel
de
Afgeleide begrippen
- [1]: eau de cologne
- [2]: de facto
- [2]: de jure
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- de
Woordherkomst en -opbouw
Persoonlijk voornaamwoord
de
- (2e persoon meervoud) jullie
Schrijfwijzen
- De (beleefdheidsvorm)
Synoniemen
- dykkar (genitiefvorm)
- dykk (accusatiefvorm, vorwerpsvorm)
- Dykk (accusatiefvorm, vorwerpsvorm van de beleefdheidsvorm)
De Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
| hoeveelheid / speciale geval | persoon | woordgeslacht en delgroepen | onderwerp (nominatief) | voorwerp (accusatief) | Nederlands (nominatief) |
|---|---|---|---|---|---|
| enkelvoud | 1. |
|
|
|
|
| 2. |
|
|
|
||
| 3. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
| meervoud | 1. |
|
|
|
|
| 2. |
|
|
|
||
| 3. |
|
|
|
||
| beleefdheidsvorm | 2. |
|
|
|
Voorzetsel
de
Afgeleide begrippen
- [1]: eau de cologne
- [2]: de facto
- [2]: de jure
Roemeens
Voorzetsel
de
Spaans
Uitspraak
- IPA: /də/
Voorzetsel
de
Tok Pisin
Zelfstandig naamwoord
de
Vietnamees
Zelfstandig naamwoord
de
Volapük
Voorzetsel
de
Xhosa
Voegwoord
de
Zweeds
Persoonlijk voornaamwoord
de
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Lidwoord in het Nederlands
- Woorden in het Catalaans
- Voorzetsel in het Catalaans
- Woorden in het Frans
- Voorzetsel in het Frans
- Woorden in het Iers
- Voorzetsel in het Iers
- Woorden in het Latijn
- Voorzetsel in het Latijn
- Voorzetsel met de ablatief in het Latijn
- Voorvoegsel in het Latijn
- Woorden in het Limburgs
- Lidwoord in het Limburgs
- Persoonlijk voornaamwoord in het Limburgs
- Voorzetsel in het Limburgs
- Woorden in het Noors
- Aanwijzend voornaamwoord in het Noors
- Onbepaald voornaamwoord in het Noors
- Persoonlijk voornaamwoord in het Noors
- Voorzetsel in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Persoonlijk voornaamwoord in het Nynorsk
- Voorzetsel in het Nynorsk
- Woorden in het Roemeens
- Voorzetsel in het Roemeens
- Woorden in het Spaans
- Voorzetsel in het Spaans
- Woorden in het Tok Pisin
- Zelfstandig naamwoord in het Tok Pisin
- Woorden in het Vietnamees
- Zelfstandig naamwoord in het Vietnamees
- Woorden in het Volapük
- Voorzetsel in het Volapük
- Woorden in het Xhosa
- Voegwoord in het Xhosa
- Woorden in het Zweeds
- Persoonlijk voornaamwoord in het Zweeds