onderuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     onderuit  
 persoonlijk     eronderuit  
aanwijz.   nabij     hieronderuit  
  veraf     daaronderuit  
  vragend/betrekk.     waaronderuit  
Woordafbreking
  • on·der·uit

Bijwoord

onderuit

1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: waarbij het onderste deel niet langer het bovenste steunt
onderuitgaan: Hij ging onderuit op het gladde ijs.
2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: weg vanuit een positie onder iets
Hij kan er niet meer onderuit.