uitroepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van roepen met het voorvoegsel uit-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitroepen
riep uit
uitgeroepen
klasse 7 volledig

Werkwoord

uitroepen

  1. officieel verklaren
    Hendrik VIII riep zichzelf uit tot hoofd van de Engelse kerk.
    De vakbond riep een staking uit.
  2. uit emotie luid roepen
    'Wat een onzin!', roept hij geërgerd uit.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

uitroepen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord uitroep
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen