uiterlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ui·ter·lijk
enkelvoud meervoud
naamwoord uiterlijk uiterlijken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uiterlijk o

  1. zoals iets of iemand er van buiten uitziet
Antoniemen
stellend
onverbogen uiterlijk
verbogen uiterlijke

Bijvoeglijk naamwoord

uiterlijk

  1. betrekking hebbend op de buitenkant van iets of iemand
    Een uiterlijk kenmerk van deze vogelsoort is een rode stuit.
  2. het laast nog aanvaardbare
    Dit id de uiterlijke datum van inzending.

Bijwoord

uiterlijk

  1. het laast nog aanvaardbare
    Dit moet uiterlijk op 1 juni ingezonden zijn.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen