Engels

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

ISO 639-3
eng
bestand
Uitspraak
Woordafbreking
  • En·gels
enkelvoud meervoud
naamwoord Engels -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Engels o

  1. (taal) een taal die oorspronkelijk in Engeland werd gesproken, maar die nu ook de officiële taal in het Verenigd Koninkrijk, Australië, Belize, Bermuda, Canada, Ierland, Jamaica, Liberia, Nieuw-Zeeland, Nigeria en de Verenigde Staten is.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
stellend
onverbogen Engels
verbogen Engelse

Bijvoeglijk naamwoord

Engels

  1. (demoniem) als van, in of betrekking hebbend op Engelsen, Engeland of het Engels.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Demoniemen bij Engeland in het Nederlands

inwoner: Engelsman • inwoonster: Engelse • bijvoeglijk: Engels

Uitdrukkingen en gezegden
  • Engelse woordjes erin stampen
  • Engelse literatuur
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

Engels

  1. (taal) Engels.
Persoonlijke instellingen