uitstoten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·sto·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitstoten
stootte uit
uitgestoten
gemengd volledig

Werkwoord

uitstoten

  1. (overgankelijk) uit een groep doen weggaan
    Op een zekere leeftijd worden mannetjesolifanten uitgestoten uit de kudde.
  2. (overgankelijk) (milieukunde) in het milieu vrijlaten
    Er werd bij dat proces vrij veel kwik en cadmium uitgestoten.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen