uitstappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·stap·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitstappen |
stapte uit |
uitgestapt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
uitstappen
- (ergatief) uit een voertuig stappen
- Ik stap bij de volgende halte uit.
- (ergatief) zich uit een verband terugtrekken
- Ik stap de raad van bestuur van deze vereniging uit.
Antoniemen
Zelfstandig naamwoord
uitstappen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord uitstap