uitbrengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bren·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitbrengen
bracht uit
uitgebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

uitbrengen

  1. (overgankelijk) doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk
    Dit boek wordt volgende maand uitgebracht.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen