uitbrengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·bren·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitbrengen |
bracht uit |
uitgebracht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
uitbrengen
- (overgankelijk) doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk
- Dit boek wordt volgende maand uitgebracht.