uithouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·hou·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uithouden
hield uit
uitgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

uithouden

  1. (onovergankelijk) langdurig moeilijkheden verdragen of belasting dragen
    Mijn auto heeft het daana niet zo lang meer uitgehouden.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen