uitschelden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·schel·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitschelden
(NL) /'œytsxɛldə(n)/
(VL) /'œtsxɛldə(n)/
schold uit
(NL) /sxɔlt 'œyt/
(VL) /sxɔlt 'œt/
uitgescholden
(NL) /'œytɣəsxɔldə(n)/
(VL) /'œtʝəsxɔldə(n)/
klasse 3 volledig

Werkwoord

uitschelden

  1. (overgankelijk) iemand met scheldwoorden bewerken
    Hij scheldt me uit voor lelijke aap.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen