uitslapen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈœʏtslapə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈœːtslapə(n)/
Woordafbreking
- uit·sla·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitslapen |
sliep uit |
uitgeslapen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
uitslapen
- (inergatief) 's ochtends langer slapen dan normaal
- Ik ga morgen zeker uitslapen.
Vertalingen
1. 's ochtends langer slapen dan normaal