uitbaten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·ba·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitbaten |
baatte uit |
uitgebaat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
uitbaten
- (overgankelijk) de economische mogelijkheden van iets winstgevend benutten
- Celstraffen voor Nederlanders die cannabisplantages uitbaatten.