vooruit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vooruit (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vo̝ːˈrœʏ̯t/, /vo̝ːˈrʌʏ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /voːˈrœːt/
Woordafbreking
- voor·uit
Woordherkomst en -opbouw
Bijwoord
vooruit
- in voorwaartse richting, verder, in de richting van de voorzijde
- De auto moest eerst vooruit bewegen voordat die de draai kon maken.
- vooraf, van tevoren.
- Dit had ik je wel vooruit kunnen zeggen
Tussenwerpsel
vooruit!
- aansporing, aanmaning om iets te gaan doen.
- Vooruit! Nu gaan wij de doelpunten maken!
Vertalingen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
- vooruitbetalen, vooruitbetaling, vooruitgaan, vooruitgang, vooruitkomen, vooruitlopen, vooruitzetten, vooruitzicht, vooruitzien
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vooruit | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vooruit