vooruit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: voorruit

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·uit
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

vooruit

  1. in voorwaartse richting, verder, in de richting van de voorzijde
    De auto moest eerst vooruit bewegen voordat die de draai kon maken.
  2. vooraf, van tevoren.
    Dit had ik je wel vooruit kunnen zeggen

Tussenwerpsel

vooruit!

  1. aansporing, aanmaning om iets te gaan doen.
    Vooruit! Nu gaan wij de doelpunten maken!
Vertalingen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord vooruit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vooruit

  1. o de verblijven voor in het schip.
  2. (techniek) m een mechaniek die een apparaat in voorwaartse richting doet lopen
    Als je hem in z'n vooruit wilt zetten moet je de pook naar voren zetten.