uitzenden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·zen·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitzenden |
zond uit |
uitgezonden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
uitzenden
- (overgankelijk) als bron van straling werken
- De zon zendt licht uit.
- (overgankelijk) informatie, bijvoorbeeld in de vorm van een televisieprogramma op afstand toegankelijk maken
- Het opzienbarende nieuws werd vele malen opnieuw uitgezonden.
- (overgankelijk) naar het buitenland sturen voor bepaalde werkzaamheden
- Zij werden uitgezonden naar Mali.
Uitdrukkingen en gezegden
- Rechtstreeks uitzenden.