uitproberen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: uitproberen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- uit·pro·be·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitproberen |
probeerde uit |
uitgeprobeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitproberen
- (overgankelijk) van tevoren proberen of het bevalt
- Ze wilden de boot eerst uitproberen voordat ze ermee op vakantie gingen.