uitdoven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·do·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van doven met het voorvoegsel uit-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitdoven
doofde uit
uitgedoofd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitdoven

  1. (ergatief) geen licht of vuur meer voortbrengen
    Gedurende de nacht was het kampvuur uitgedoofd en in de kou van de ochtend trachtte hij met de smeulende sintels een nieuw vuur te ontsteken.
  2. (overgankelijk) een einde maken aan het voortbrengen van vuur of licht
    Doof wel het vuur goed uit voordat je vertrekt!