uitdoven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·do·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitdoven |
doofde uit |
uitgedoofd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitdoven
- (ergatief) geen licht of vuur meer voortbrengen
- Gedurende de nacht was het kampvuur uitgedoofd en in de kou van de ochtend trachtte hij met de smeulende sintels een nieuw vuur te ontsteken.
- (overgankelijk) een einde maken aan het voortbrengen van vuur of licht
- Doof wel het vuur goed uit voordat je vertrekt!