uitvallen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈœʏ̯t.fɑ.lə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈœːt.fɑ.lə(n)/
- (Limburg): /ˈœːd.vɑ.lə(n)/
Woordafbreking
- uit·val·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitvallen |
viel uit |
uitgevallen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
uitvallen
- (ergatief) niet langer functioneren
- De zender is opeens uitgevallen.
- (ergatief) verliezen van haar, naalden, bloembaden enz
- De kerstboom is al erg uitgevallen en kan beter maar opgeruimd worden.
- (ergatief) niet doorgaan van iets dat vooraf gepland stond
- Ik had vandaag eigenlijk zes lessen, maar één is er uitgevallen.
- (koppelwerkwoord) uiteindelijk worden
- De taart is een beetje groot uitgevallen, maar het komt wel op.