uitputten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈœʏ̯tpʏtə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈœːtpʏtə(n)/
Woordafbreking
- uit·put·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitputten |
putte uit |
uitgeput |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
uitputten
- (overgankelijk) volledig leeghalen
- Zij putten de mijn volledig uit.
- (overgankelijk) alle energie opgebruiken
- De hele dag hardlopen putte hem behoorlijk uit.
Vertalingen
1. volledig leeghalen