uitkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van komen met het voorvoegsel uit-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitkomen
kwam uit
uitgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

uitkomen

  1. naar buiten komen
  2. toegang geven (bijvoorbeeld van tijdschriften)
  3. te voorschijn komen, uitlopen (bijvoorbeeld van knoppen van planten)
  4. (bij eieren) opengaan, opengebroken worden door het jong
    Over het algemeen is het zo dat de eieren van regenboogvissen niet uitkomen in daglicht.
  5. het bekend worden van (slechte) dingen
  6. iets als resultaat hebben
  7. rondkomen
  8. gelegen komen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen