uitkijken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitkijken |
keek uit |
uitgekeken |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
uitkijken
- (inergatief) voorzichtig zijn
- Kijk uit voor die auto!
- (inergatief) ~ naar: met verlangen op iets wachten
- Hij kijkt erg uit naar zijn verjaardag.
Vertalingen
1. voorzichtig zijn