uitdossen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·dos·sen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitdossen |
doste uit |
uitgedost |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
uitdossen
- (wederkerend) zich ~ zich op opvallende wijze kleden
- Zij dosten zich met carnaval uit met veel veren en glitter.