uitstaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·staan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitstaan |
stond uit |
uitgestaan |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
uitstaan
- nog niet geïnd of ingevorderd
- Dat bedrag stond nog uit, maar het is nu binnen.
- iemand/iets niet kunnen ~: een grote hekel aan iemand/iets hebben
- Ik kan haar echt niet uitstaan!