uitbreiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: uitbreiden (hulp, bestand)
Woordafbreking
- uit·brei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitbreiden |
breidde uit |
uitgebreid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitbreiden
- (overgankelijk) iets een groter oppervlak laten innemen
- Verder kunnen kinderen hun woordenschat uitbreiden door liedjes, rijmpjes en versjes.
Vertalingen
1. iets een groter oppervlak laten innemen