uitlenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·le·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| uitlenen |
leende uit |
uitgeleend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
uitlenen
- (overgankelijk) iets voor tijdelijk gebruik aan een ander afstaan
- Nee, dit zeldzame boek wordt niet uitgeleend, maar u kunt het wel inkijken.