gevolg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·volg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevolg gevolgen
verkleinwoord gevolgje gevolgjes

Zelfstandig naamwoord

gevolg o [2]

  1. resultaat dat voortkomt uit iets anders (de oorzaak)
    • De elektriciteitsonderbreking was het gevolg van een hevig onweer. 
  2. een groep die volgt, die er achteraan of later komt
    • De twaalf apostelen vormden het gevolg van Jezus. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen