gevolg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·volg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevolg gevolgen
verkleinwoord gevolgje gevolgjes

Zelfstandig naamwoord

gevolg o [3]

  1. resultaat dat voortkomt uit iets anders (de oorzaak)
    • De elektriciteitsonderbreking was het gevolg van een hevig onweer. 
     `Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende decoratie is het jammerlijke gevolg van het enthousiasme van de nieuwe eigenaar.'[4]
  2. een groep die volgt, die er achteraan of later komt
    • De twaalf apostelen vormden het gevolg van Jezus. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen