bijles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijles bijlessen
verkleinwoord bijlesje bijlesjes

Zelfstandig naamwoord

bijles v/m

  1. (onderwijs) Extra les die je krijgt naast de gewone lessen omdat je meer wil leren
    • Hoewel hij ruim voldoende stond voor wiskunde kreeg hij toch bijles, want hij vond het vak zo leuk. 
    • Doordat hij bijles kreeg kon hij toch overgaan naar de volgende klas. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie