bewusteloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wus·te·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bewust met het invoegsel -e- met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen bewusteloos
verbogen bewusteloze

Bijvoeglijk naamwoord

bewusteloos

  1. in een toestand waarin men het bewustzijn voor de omgeving is verloren, buiten kennis, in coma zijn
    De bewusteloze man werd snel met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie