bijstellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijstellen
stelde bij
bijgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

bijstellen

  1. overgankelijk een naar verhouding kleine verandering aanbrengen in de instelling van iets, meestal als aanpassing aan veranderde omstandigheden
    • De prijzen moesten bijgesteld worden om de verandering in de olieprijs in rekening te brengen. 
    • Toen hij werkeloos werd moest hij zijn uitgavepatroon bijstellen. 
    • Hij moet de instellingen van Word bijstellen toen hij bij het nieuwe bedrijf ging werken. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.