actueel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·tu·eel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen actueel actueler actueelst
verbogen actuele actuelere actueelste
partitief actueels actuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

actueel [3]

  1. dat wat op dit moment bestaat of van kracht is
    • Wat is de actuele stand in de voetbalcompetitie? 
  2. dat wat nu aan de orde is, wat van belang is op dit moment
    • In het journaal worden alleen actuele onderwerpen behandeld. 
Synoniemen
  1. tegenwoordig
  2. up-to-date
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen