bijlage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·la·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord bijlage bijlagen, bijlages
verkleinwoord bijlagetje bijlagetjes

Zelfstandig naamwoord

bijlage v/m

  1. een document dat bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel is toegevoegd
    De minister kreeg het rapport van de onderzoekscommissie als bijlage bij kamervragen toegestuurd.
    De cijferlijst is een bijlage bij een diploma.
  2. (informatica) een bestand dat bij een e-mail is meegezonden
    Ik stuur de foto's mee als bijlage.
Vertalingen

Meer informatie