bijvoegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·voe·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijvoegen
voegde bij
bijgevoegd
zwak -d volledig

Werkwoord

bijvoegen

  1. overgankelijk als extra ergens aan toevoegen
    • De voorzitter vroeg of ik de notulen van de vorige vergadering bij de uitnodiging wilde bijvoegen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.