bijbenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·be·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bijbenen

  1. lopend bijhouden
    • De oude man kon zijn jonge vrouw maar met moeite bijbenen. 
  2. bijhouden
    • Hij kon maar met moeite het snelle werktempo van de les bijbenen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.