beo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beo
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1883 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord beo beo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beo m

  1. (vogels) Gracula religiosa op Wikispecies een vogelsoort die behoort tot de spreeuwachtigen Sturnidae.
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bēo v

  1. bij
Overerving en ontlening