bijzin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijzin bijzinnen
verkleinwoord bijzinnetje bijzinnetjes

Zelfstandig naamwoord

bijzin m

  1. (taalkunde) een deel van een uiting dat een ondergeschikte rol speelt ten opzichte van de hoofdzin
    • Maar wat is hier nu de hoofdzin en wat is de bijzin? 
    • Ik ga naar school, omdat het moet. omdat het moet is hier de bijzin. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie