bijsluiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijsluiten
sloot bij
bijgesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

bijsluiten

  1. overgankelijk toevoegen alvorens af te sluiten
    • Hij sloot twee postzegels bij voor de terugzending. 

Gangbaarheid