bijdrage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·dra·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord bijdrage bijdragen
bijdrages
verkleinwoord bijdragetje bijdragetjes

Zelfstandig naamwoord

bijdrage v/m

  1. wat men als zijn aandeel geeft tot een gemeenschappelijk doel
    Zijn bijdrage aan de les is zeer beperkt, want meestal komt hij te laat en zit hij daarna te spelen met zijn telefoon.
    Een schone lucht levert een aanzienlijke bijdrage aan de volksgezondheid.
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bijdragen

bijdrage

  1. (in een bijzin) enkelvoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van bijdragen
    ... dat men bijdrage.